Wat is evolutie?
Evolutie is een geleidelijk proces waarin een soort, een plant- of diersoort, verandert in een andere en gewoonlijk complexere of beter aangepaste vorm. De genetische variatie (van erfelijke eigenschappen, van allelen) binnen een populatie kan door toevalsfactoren (mutaties en fouten bij de transcriptie) toenemen, maar ook afnemen. Of anders gezegd: nakomelingen verschillen van hun (voor)ouder(s). In het geval dat de genetische variatie afneemt wordt ook wel gesproken van genetische erosie. In de natuur overleven alleen de best aangepaste individuen, dat wil zeggen die individuen die de meeste vitale nakomelingen weten voort te brengen. De individuen die minder goed aangepast zijn aan hun leefomgeving sterven door concurrente geleidelijk uit. Dit noemen we “natuurlijke selectie” of ook wel ‘de wet van de sterkste’. De genetische variatie (de diverse allelen) die binnen een soort aanwezig is, is dus noodzakelijk om je aan te kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Indien genetische variatie is verloren gegaan, wordt aanpassing moeilijk, wellicht zelfs onmogelijk. Van nieuwe soortsvorming zal geen sprake meer kunnen zijn.
Evolutie is het toenemen van genetische variatie binnen soorten ondanks de voortdurende toevalsaanslagen op het DNA (de spontaan optredende genetische erosie). Het is het aanpassen van soorten aan veranderde omstandigheden.
Het is het ontstaan van nieuwe levensvatbare variatie binnen een soort die hun eigen weg kan inslaan.
Recente voorbeelden:
Door overbevissing op (ondermeer) de kabeljauw blijkt niet alleen dat deze vis zeldzamer wordt in de zeeën maar tevens dat de gevangen exemplaren veel kleiner zijn dan voorheen. De variant die kan ontsnappen door de mazen van het net heeft het gewonnen van de veel grotere variant die een optimale grootte had voordat de nieuwe vijand (de mens) zijn intreden deed.
In de strijd tegen kevers die de geïntroduceerde suikerproductie in Australië belaagden, werd er nog iets geïntroduceerd: de reuzenpad genaamd 'Bufo marinus' - een uiterst giftig beest. Nu een jaar of 80 later zijn niet de kevers maar de pad zelf de grootste plaag wegens gebrek aan natuurlijke vijanden. Slangen en hagedissen die het op de pad voorzien hebben zijn bijna allemaal uitgestorven, op een soort slang na. Dit betreffende soort heeft zich aangepast zodat de pad niet meer in de bek past en daardoor niet meer als prooi wordt gezien.